Bekwame minnaars (Patrice van der Vorst)

‚Äč
Patrice van der Vorst schreef Bekwame minnaars. Een titel die mij meteen nieuwsgierig maakt. In haar boek beschrijft ze een verband tussen de manier waarop individuen uit de groep gemeenschappelijke voorouders van chimpansee en mensen een orgasme bereiken en het ontstaan van twee seksculturen.  Vervolgens dicht zij de verschillen in anatomische bouw van het vrouwelijk geslachtsdeel hier een grote rol toe. Uitwendig zwellichaam versus inwendig zwellichaam. Die anatomische verandering zou hebben geleid tot een ander soort minnaar onder mensen. Want als vrouwen er alle dagen van de cyclus hetzelfde uitzien, hoe weet je dan als man wanneer je toe moet slaan? Door herkend te worden als bereidwillige en bekwame minnaar! Nieuwsgierige minnaars zijn het, deze door evolutie ontwikkelde mannen die hebben moeten leren waarnemen, inschatten, analyseren en vergelijken. Het ontwikkelen van de menselijke eigenschap nieuwsgierigheid maakt volgens haar dus het verschil.

Stapje voor stapje leidt van der Vorst ons door haar wetenschappelijke redenering over een evolutionair onderwerp dat niet eerder werd beschreven. Eureka! Dat van der Vorst beschrijft hoe zo’n kleine wijziging in de anatomie van de vrouw heeft geleid tot zo’n grote ontwikkeling in de evolutie is onvoorstelbaar en heeft onmiddellijk mijn sympathie. 

Maar voor wie is dit boek geschreven? Het leest als een biologieboek, zelfs de layout doet me denken aan mijn boeken van de middelbare school.  Die uiterst gedetailleerde en zorgvuldig wetenschappelijke uiteenzetting van haar stellingname weet me als lezer maar moeilijk te boeien. Het is zo gortdroog beschreven. Ik mis humor, stijl, persoonlijkheid in de traditie van biologen als Midas Dekkers en Frans de Waal die in hun gedachtegang vaak letterlijk een brug weten te slaan naar hedendaagse maatschappelijke fenomenen, inclusief voorbeelden.

Pas op de laatste bladzijden word ik getroffen. Als van der Vorst pleit voor het uitbannen van besnijdenis met als argument dat het vrouwen berooft van datgene wat onlosmakelijk verbonden is met vrouw zijn. Namelijk het seksueel kunnen en mogen selecteren van een partner voor zichzelf. In het verlengde daarvan stelt ze dat ook uithuwelijking als maagd vrouwen berooft van hun seksuele selectiemogelijkheid en hun seksualiteit. Tot slot breekt ze een lans om misdaden tegen de lichamelijke en seksuele integriteit even zwaar te bestraffen als misdrijven tegen het leven.
Daar, en niet eerder, heeft van der Vorst mijn interesse als lezer. Ik ben geen bioloog. Wel een vrouw van deze tijd. Het zijn welkome standpunten waar ik graag meer over had gelezen.

Hoewel ik het nergens letterlijk lees krijg ik als lezer sterk de indruk dat van der Vorst haar beredenering meer dan eens sterk heeft moeten verdedigen. Haar uitgangspunten zijn soms bijna defensief beschreven. Alleen al het aantal zinsdelen dat tussen haakjes is gezet duidt daarop. Onnodig vind ik. Wetenschap, goed of slecht onderbouwd, is altijd gestoeld op stellingname. Doe dat gewoon! Ik zit daar als lezer echt op te wachten.

 

Van sommige boeken moet men alleen
maar proeven, andere kan men verslinden en maar enkele moet men kauwen en verteren.

 

 

Francis Bacon

Projectleider, programmamaker en spreker